Gebonden of Verbonden?
Jaarthema IJmuiden 2011-2012
Dieper …
Van hart tot hart, dat was het thema in het vorige seizoen. Komend seizoen willen we daar op doorgaan. Als het kan nog wat dieper. In het thema ‘Van hart tot hart’, lag de nadruk op openheid naar elkaar, veiligheid bij elkaar vanuit een onvoorwaardelijke liefde. Belangrijke vragen waren: hoe open durf jij te zijn en hoe open mag een ander naar jou toe zijn, zonder de angst voor afwijzing of erger.
Verbinding …
Als we groeien in openheid naar elkaar, helpt ons dat ook om te kunnen delen wat ons echt verbindt. Kern van gemeente-zijn, van kerk-zijn is immers dat we een gemeenschap zijn. Een gemeenschap zijn we niet, wanneer onze namen in eenzelfde handboekje of register staan. Gemeenschap vraagt om verbinding, hechte verbinding. Wat is die verbinding die we met elkaar mogen hebben?
Gebonden of verbonden
Een groep schapen kun je bij elkaar houden, door er een hek om heen te zetten. Zo kun je met een systeem, met bepaalde regels en afspraken ook een groep mensen tot een geheel maken. Je hebt een aantal overeenkomstige kenmerken. Is dat de bedoeling van de kerk?
Een van de beelden is dat van schapen, niet binnen een omheining, gebonden door afspraak-afrastering. Ze lopen zelfs los! Maar tegelijk samen, omdat ze verbonden zijn aan één herder. Nog steeds schijn je het tafereel van de roepende herder te kunnen zien in gebieden waar herders met hun kudden rondtrekken. Als ze drinken bij een meertje lopen ze allemaal door elkaar.
Roept de herder, dan reageren precies die schapen die bij hem horen (vergelijk Johannes 10). Wij hebben een Herder die ons verbindt!
Nog intiemer wordt het als we het Bijbelse beeld van het gezin bekijken.
Dankzij het offer van Jezus Christus krijgen we een bloedband met de hemelse Vader en met elkaar als broeders en zusters. Een groep mensen in een huis (gebonden door dezelfde ruimte) vormt nog geen gezin. Dat ben je als je echt verbonden bent met elkaar. Zijn we gebonden, of verbonden aan elkaar?
Een Heer op wie te bouwen …
Het bekende lied ‘De kerk van alle tijden’ maakt duidelijk dat onze verbinding (onze vast grond) gevormd wordt door Jezus Christus. Wie verbonden is met Jezus (en door Hem verbonden met de Vader en de Heilige Geest), wordt ook verbonden met broers en zussen in het geloof. Jezus Christus verbindt!
De praktijk?
Dat klinkt goed, maar wat bedoelen we daarmee en is dat ook werkelijk wat we zien en ervaren in de gemeente? Het is heel goed mogelijk dat u of jij het gevoel hebt in de kerk dat we eigenlijk niet zoveel met elkaar hebben, misschien voel je een vreemdeling. Of ervaar je steeds meer vervreemding in veranderingen (of juist in blijven bij hoe al was). Misschien betekent verbinding in de kerk
voor jou wel dat we zoveel mogelijk hetzelfde denken en doen. Nemen de verschillen niet toe? Zijn er niet heel wat discussies waarin gemeenteleden totaal tegengestelde meningen lijken te hebben. Bijvoorbeeld als het gaat om wat in een kerkdienst kan en mag, over hoeveel diensten je er moet zijn op zondag, over wat er door de week van je verwacht mag worden in het samen bezig zijn, of hoe je als gemeente zou moeten evangeliseren.
Wat zit er onder?
Waarom doen we wat we doen? Is het echt uit onze verbondenheid met de Here Jezus? We handelen niet automatisch uit ons geloof. Ook als we (ooit) belijdenis gedaan hebben van ons geloof, geloven we niet zomaar hetzelfde. Wie hetzelfde doet, hoeft nog niet dezelfde motieven daarvoor te hebben. En andersom is het mogelijk dat je vanuit hetzelfde geloof, toch verschillend gedrag kunt vertonen (vergelijk Romeinen 14 : 5-6). Enkele andere motieven die je kunt hebben:
a. Angst voor God. Als ik niet zo goed mogelijk leef, dan kan ik straf van God verwachten. Zit ik op zondag niet in de kerk, dan krijg ik een onbehaaglijk gevoel. Wat gaat God hiermee doen?
b. Angst voor anderen. In veel gevallen (Jezus wees daar ook op) zijn we meer onder de indruk van wat anderen van ons vinden, dan wat God vindt. Zomaar laten we ons leiden door de gedachte: wat zullen anderen hier wel niet van zeggen?
c. Loyaliteit naar andere mensen. Je wilt je ouders niet teleurstellen en dus zorg je bijvoorbeeld dat je altijd in de kerk bent als zij er ook zijn.
d. Verlangen naar beloning. Ik lees in de Bijbel over straf en over beloning. Dus als ik me inzet voor God, flink mijn best doe, dan mag ik daar toch ook iets voor terug verwachten?
e. Compensatie. Vanuit de gedachte aan straf en beloning, kun je ook proberen om tegenover verkeerde daden van jezelf, zoveel mogelijk goede acties te stellen. Voor God probeer je de plussen en de minnen in je leven in balans te brengen (en het liefst uit de rode cijfers te blijven).
f. Trots. We willen gezien worden als goede (zo niet beste) christenen. We verlangen een beloning door mensen (vergelijk Matteüs 6 : 1-18).
g. Jaloezie. We willen ons onderscheiden van anderen. Zo schrijft Paulus over mensen die het evangelie verkondigen, vanuit jaloezie (Filippenzen 1 : 15- 17). Zij willen Paulus, die op dat moment gevangen zit daarmee een hak zetten.
h. Verlangen naar aandacht. Als ik meedoe, dan tel ik mee. Dan wordt ik gezien.
i. Gewoonte. Wat ik doe, heb ik meegekregen in mijn opvoeding. Zo heb ik het altijd al gedaan. Ik denk er niet zo over na. Het zal wel (ergens voor) goed zijn.
Misschien kun jij dit lijstje aanvullen, met nog meer motieven. Misschien zijn er motieven waar je iets van herkent in je eigen leven. Deze motieven zullen ons nooit verbinden.
Durven we met elkaar te praten over wat ons drijft? Dat gaat echt over het meest persoonlijke.
De buitenkant verbindt niet
Het is misschien makkelijker te praten over zichtbaar gedrag wat we van elkaar verwachten. Maar de manier van leven is toch ook belangrijk? Zeker weten!
Wie verbonden is met de Heilige God, gaat heilig leven (je verlangt maar niet naar sommige, maar naar alle geboden van God te leven (Zondag 44 van de Heidelbergse Catechismus). Dat leven kan in de praktijk zoals gezegd verschillende vormen krijgen. Om werkelijk elkaar te begrijpen, en zo nodig
elkaar ergens op aan te kunnen spreken, moet het gesprek van binnen naar buiten gaan. Begin bij het hart.
Gaan we af op de buitenkant, dan kunnen we elkaar soms zo makkelijk veroordelen, de ander leggen naast onze eigen meetlat. Die meetlat zou weleens meer over onszelf kunnen zeggen, dan over de ander.
Als wij het zo druk hebben met de ander de maat te nemen, kunnen we dan tegelijk een verbinding met Jezus Christus hebben? Dat is onmogelijk! Ik heb dan niet begrepen wat zijn genade voor mij is. Genade betekent niet, alles maar prima vinden, nergens een mening over hebben. Het betekent wel dat ik niet zomaar op de buitenkant afga, maar vanuit een genadevolle houding de ander zoek. Dat betekent de ander serieus nemen, waarom zeg je wat je zegt, doe je wat je doet? Wat zijn jouw drijfveren?
Jezus Christus centraal
De uitdaging is dus om met elkaar het gesprek aan te gaan over wie Jezus Christus voor ons persoonlijk is. Dat kan ons onder andere helpen om:
a. te ontdekken hoe bijzonder de band is die we met elkaar (voor eeuwig) mogen hebben
b. motieven die niet bij Jezus passen, aan te pakken
c. vooroordelen en veroordelingen te kunnen ontmaskeren
d. elkaar nog meer te leren waarderen en te aanvaarden in Christus
e. elkaar te helpen in het groeien als leerlingen van Jezus in de praktijk
Enkele gesprekspunten:
a. Wat betekent het voor jou om verbonden te zijn met Jezus Christus?
b. Hoe geef je vorm aan je verbinding met Jezus Christus?
c. Welke motieven voor ‘vroom gedrag’ uit het bovengenoemde lijstje herken je bij je zelf?
d. Wat herken je van het ‘veroordelen van een ander’ bij jezelf?
e. Hoe ziet een gemeentevergadering er uit waar we spreken vanuit de verbinding, over dat waarin we verschillen?
f. Hoe zouden we kunnen groeien in het samen beleven van wat ons verbindt?
Enkele Bijbelteksten
- “Hij maakt ons één” Efeze 2 : 11-18
- “Samen gaan we het zien” Efeze 3 : 14-20
- “Aanvaarden van elkaar vanuit Jezus Christus” Romeinen 15 : 1-13
- “Hoogachten van elkaar vanuit Jezus Christus” Filippenzen 1 : 27- 2 : 11
Recente opmerkingen