Vieringen in de Stille Week

In week voor Goede Vrijdag en pasen, hopen we weer stille-week-vieringen te hebben. Vorige jaar hebben we dat voor het eerst gedaan en velen vroegen om dat weer te doen. Van maandag tot en met donderdag en op zaterdag hebben we van 19.30 – 20.00 een viering, waarin we stilstaan bij onze verlosser. Het thema is: Het Lam van God, een van die bijzondere namen van de Here Jezus. We volgen (enigszins aangepast) een liturgie die is samengesteld door ds. J.K.C. Kronenberg uit Leeuwarden. Een stukje toelichting van hem:
“Terwijl velen Hem nog niet kenden, anderen Hem alleen zagen als iemand die hen kwam bevrijden van de Romeinse overheersing, is het Johannes, de Doper bij de Jordaan, die Jezus herkent als “het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.” (Joh. 1:19; vgl. 1:36)
Zou Johannes daarbij gedacht hebben aan de twee lammeren die elke dag moesten worden geslacht? Eén lam voor het morgenoffer en één voor het avondoffer?
Of heeft hij het paaslam in zijn gedachten gehad, dat elk jaar in elk gezin moest worden geslacht en gegeten? Aan het bloed van dat lam, dat gestreken moest worden aan de posten van de deur?
Of zinspeelt Johannes op de profetie van de lijdende Knecht: “Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open.” (Jes. 53:7)
Het is allemaal mogelijk. Maar één ding is zeker: Johannes herkent in Jezus hét Lam dat God zelf heeft gegeven om de zonde van de wereld weg te nemen. Jezus is het Lam, dat de toorn van God tegen de zonde van het hele menselijke geslacht gedragen heeft. Hij draagt die zonde weg. Zoals op Grote Verzoendag de bok de woestijn werd ingestuurd, beladen met de zonde, zo gaat Hij de woestijn van de Godverlatenheid in (Leviticus 16) om op Goede Vrijdag aan een houten kruis zijn leven voor heel het menselijke geslacht op te offeren.
Gelukkig is dit niet het einde. In één van zijn visioenen op Patmos ziet Johannes dat het Lam de dood heeft overwonnen. Uit Gods handen ontvangt het een boekrol waarin God zijn plannen voor de toekomst heeft laten opschrijven (Openb. 5).”
MAANDAG 2 april
het Lam van God – opgespoord
- Begroeting
- Aanvangstekst: Jesaja 53:3
Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende en met ziekte vertrouwd was, een man die zijn gelaat voor ons verborg, veracht, door ons verguisd en geminacht.
- Samenzang: Lb Gezang 187: 1-3
Daar gaat een lam en draagt de schuld der wereld met zich mede;
het boet in eindeloos geduld voor al wat wij misdeden.
Daar gaat het en het wordt zo moe,
stil gaat het naar de slachtbank toe,
‘t vindt nergens meer een weide.
Smaad neemt het op zich, hoon en spot,
wonden en doodsangst zijn zijn lot
en zegt: dit wil ik lijden.
Ik zal daarvoor mijn leven lang U danken, dit gedenken:
de liefde, die ‘k van U ontvang, U, Jezus, wederschenken.
Gij zijt het licht, Heer, van mijn hart;
wanneer het in de dood verstart,
dan zijt Gij nog mijn leven.
Niets heb ik van mijzelve meer,
zie, alles wat ik ben, o Heer,
zij in uw hand gegeven.
Ik zal mij in uw lieflijkheid bij dag en nacht verblijden;
ik wil mijzelf nu en altijd U tot een offer wijden.
Ik wil voor U mijn hartebloed
uitstorten, Heer, want Gij zijt goed,
uw naam zij hooggeprezen.
Al wat Gij voor mij zijt geweest,
dat zal diep in mijn hart en geest
voorgoed besloten wezen.
- Bijbellezing: Johannes 18:1-11
1 Nadat Jezus dit alles gezegd had, ging hij met zijn leerlingen naar de overkant van de Kidronbeek. Daar liep hij een olijfgaard in, met zijn leerlingen. 2 Judas, zijn verrader, kende deze plek ook, want Jezus was er vaak met zijn leerlingen samengekomen. 3 Judas ging ernaartoe, samen met een cohort soldaten en dienaren van de hogepriesters en de farizeeën. Ze waren gewapend en droegen fakkels en lantaarns. 4 Jezus wist precies wat er met hem zou gebeuren. Hij liep naar hen toe en vroeg: ‘Wie zoeken jullie?’ 5 Ze antwoordden: ‘Jezus uit Nazaret.’ ‘Ik ben het,’ zei Jezus, terwijl Judas, zijn verrader, erbij stond. 6 Toen hij zei: ‘Ik ben het,’ deinsden ze achteruit en vielen op de grond. 7 Weer vroeg Jezus: ‘Wie zoeken jullie?’ en weer zeiden ze: ‘Jezus uit Nazaret.’ 8 ‘Ik heb jullie al gezegd: “Ik ben het,”’ zei Jezus. ‘Als jullie mij zoeken, laat deze mensen dan gaan.’ 9 Zo gingen de woorden in vervulling die hij gesproken had: ‘Geen van hen die u mij gegeven hebt, heb ik verloren laten gaan.’ 10 Daarop trok Simon Petrus het zwaard dat hij bij zich had, haalde uit naar de slaaf van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af; Malchus heette die slaaf. 11 Maar Jezus zei tegen Petrus: ‘Steek je zwaard in de schede. Zou ik de beker die de Vader mij gegeven heeft niet drinken?’
- Samenzang: Psalm 2: 1 en 4
Wat drijft de volken, wat bezielt ze toch?
Wat is de waanzin toch die zij beramen?
De groten staan gewapend tot de slag,
de machtigen der wereld spannen samen.
‘t Is tegen het gezag van God de Here
en tegen zijn gezalfde vorst gericht:
“Komt”, zeggen zij, “laat ons hun banden scheuren,
tot alle macht in onze handen ligt”!
O machtigen, o koningen, weest wijs.
Laat u gezeggen, rechters zonder rede.
Vreest God den Heer en dient Hem naar zijn eis,
verheugd u bevend, zoekt bij Hem uw vrede.
Kust toch de zoon, opdat gij niet te gronde
gaat op uw weg. Te licht wordt hij getart
en kan zijn gramschap tegen u ontbranden.
Maar zalig zijn die schuilen aan zijn hart.
- Overdenking
- Muzikaal moment
- Gebed
- Gedicht: Dit is uw ure - Jan Mul
- Samenzang: GK Gezang 109: 1-4
Halleluja, lof zij het Lam,
die onze zonden op zich nam,
wiens bloed ons heeft geheiligd,
die dood geweest is, en Hij leeft,
die ‘t volk, dat Hij ontzondigd heeft,
in eeuwigheid beveiligt!
De Koning op des Vaders troon,
de eerstgeboren uit de doôn,
de bloed- en heilgetuige,
der vorsten Vorst, der heren Heer,
zij heerschappij en dank en eer.
Dat alle knie zich buige!
Lof zij het Lam, Gods metgezel,
uit Davids zaad d’ Immanuël,
God, in het vlees verschenen.
In Hem, die wederkomen zal,
in Hem aanbidde ‘t gans heelal
de HERE, de Drieëne!
Aanbidt de Vader in het Woord.
Aanbidt de Zoon, aan ‘t kruis doorboord.
Aanbidt de Geest uit beiden.
Van zijn gemeenschap, zijn gena,
zijn liefd’ en trouw, halleluja,
zal ons geen schepsel scheiden.
- Doven van de eerste kaars
- We verlaten in stilte de kerkzaal -
DINSDAG 3 april
het lam van God – uitgekozen
- Begroeting
- Aanvangstekst: Jesaja 53:5
Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken.
Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing.
- Samenzang: Lb Gezang 175: 1-3
O wij arme zondaars, bedelaars onrein,
die in zonde ontvangen en geboren zijn,
onze schulden brachten ons in zo grote nood,
dat met lijf en ziel wij vervielen aan de dood.
Kyrie eleison, Christe eleison, Kyrie eleison.
Had de Here Jezus ons niet opgezocht,
mens onder de mensen, en ons vrijgekocht,
Hij alleen tot sterven voor anderen bereid,
wij waren verloren in alle eeuwigheid.
Kyrie eleison, Christe eleison, Kyrie eleison.
Hoe zal ‘t God de Here ooit worden geloond,
dat Hij zoveel liefde aan ons heeft betoond,
ja, dat Hij zijn Een’ge, zijn Zoon gegeven heeft
tot een prijs voor velen, die stierf en zie, Hij leeft!
Kyrie eleison, Christe eleison, Kyrie eleison.
- Bijbellezing: Johannes 18:12-24
12 De soldaten met hun tribuun en de Joodse gerechtsdienaars grepen Jezus en boeiden hem. 13 Ze brachten hem eerst naar Annas, de schoonvader van Kajafas. Kajafas was dat jaar hogepriester 14 en hij was het die de Joden had voor-gehouden: ‘Het is goed dat één man sterft voor het hele volk.’ 15 Simon Petrus liep met een andere leerling achter Jezus aan. Deze andere leerling kende de hogepriester en ging met Jezus het paleis van de hogepriester in, 16 maar Petrus bleef buiten bij de poort staan. Daarop kwam de andere leerling, de kennis van de hogepriester, weer naar buiten; hij sprak met de portierster en nam Petrus mee naar binnen. 17 Het meisje sprak Petrus aan: ‘Ben jij soms ook een leerling van die man?’ ‘Nee, ik niet,’ zei hij. 18 De slaven en de gerechtsdienaars stonden zich te warmen bij een vuur dat ze hadden aangelegd omdat het koud was; ook Petrus ging zich erbij staan warmen.
19 De hogepriester ondervroeg Jezus over zijn leerlingen en over zijn leer. 20 Jezus zei: ‘Ik heb in het openbaar tot de wereld gesproken. Ik heb steeds onderricht gegeven op plaatsen waar de Joden bij elkaar komen, in synagogen en in de tempel, en nooit heb ik iets in het geheim gezegd. 21 Waarom ondervraagt u mij? Vraag het toch aan de mensen die mij gehoord hebben, zij weten wat ik gezegd heb.’ 22 Toen Jezus dat zei gaf een van de dienaren die erbij stonden, hem een klap in het gezicht: ‘Is dat een manier om de hogepriester te antwoorden?’ 23 Jezus zei: ‘Als ik iets verkeerds gezegd heb, zeg dan wat er verkeerd was, maar als het juist is wat ik heb gezegd, waarom slaat u me dan?’ 24 Daarna stuurde Annas hem geboeid naar Kajafas, de hogepriester.
- Samenzang: GK Gezang 163: 1-3 = Opwekking 124: 1-3
Ik bouw op U, mijn Schild en mijn Verlosser.
Niet eenzaam ga ik op de vijand aan.
Sterk in uw kracht, gerust in uw bescherming. )
Ik bouw op U en ga in uwen Naam. ) 2x
Gelovend ga ik, eigen zwakheid voelend.
En telkens meer moet ik uw kracht verstaan.
Toch rijst in mij een lied van overwinning. )
Ik bouw op U en ga in uwen Naam. ) 2x
Ik bouw op U, mijn Schild en mijn Verlosser.
Gij voert de strijd, de huld’ is U gewijd.
In ’t laatste uur zal ‘k zegevierend ingaan )
in rust met U die mij hebt voortgeleid. ) 2x
- Overdenking
- Muzikaal moment
- Gebed
- Gedicht: Goede Vrijdag - Nel Benschop
- Samenzang: Lb Gezang 192 : 1. 2. 3. 6
O kostbaar kruis, o wonder Gods,
Waaraan de Prins der glorie stierf
Ik wil om U zijn zonder trots,
Ik acht verlies wat ik verwierf
Bewaar mij dat ik roemen zou
Dan in mij Heren Christus dood
Al wat ik anders noemen zou
Is niets bij dit mysterie groot
O angst en liefde, ondereen
Vermengd als water en als bloed,
Zij wijzen naar het wonder heen
Van Hem die op de aarde boet
De aarde zelf is veel te klein
Voor wie U waarlijk loven wil
Uw liefde is een groot geheim
Zij vraagt geheel mijn hart en ziel
- Doven van de tweede kaars
- We verlaten in stilte de kerkzaal -
WOENSDAG 4 april
het Lam van God – gekeurd
- Begroeting
- Aanvangstekst: Jesaja 53:8
Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen.
Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad?
Hij werd verbannen uit het land der levenden, om de zonden van mijn volk werd hij geslagen.
- Lied samen met SIGN Opwekking 430
Heer, ik prijs Uw grote naam.
Heel mijn hart wil ik U geven.
Want U bent de weg gegaan
die mij redding bracht en leven.
U daalde neer van Uw troon
om Mens te zijn.
Van de stal naar het kruis
droeg U mijn pijn.
Van het kruis naar het graf.
Uit het graf weer opgestaan.
Heer, ik prijs Uw grote naam.
- Bijbellezing: Johannes 18:25-40
25 Simon Petrus stond zich intussen nog steeds te warmen. ‘Ben jij soms ook een leerling van hem?’ vroegen ze. ‘Nee,’ ontkende Petrus, ‘ik niet.’ 26 Maar een van de slaven van de hogepriester, een familielid van de man van wie Petrus het oor had afgeslagen, zei: ‘Maar ik heb toch gezien dat je bij hem was in de olijfgaard?’ 27 Weer ontkende Petrus, en meteen kraaide er een haan.
28 Jezus werd van Kajafas naar het pretorium gebracht. Het was nog vroeg in de morgen. Zelf gingen ze niet naar binnen, om zich niet te verontreinigen voor het pesachmaal. 29 Daarom kwam Pilatus naar buiten en vroeg: ‘Waarvan beschuldigt u deze man?’ 30 Ze antwoordden: ‘Als hij geen misdadiger was, zouden we hem niet aan u uitgeleverd hebben.’ 31 Pilatus zei: ‘Neem hem dan mee, en veroordeel hem volgens uw eigen wet.’ Maar de Joden wierpen tegen: ‘Wij hebben het recht niet om iemand ter dood te brengen.’ 32 Zo ging de uitspraak van Jezus in vervulling waarin hij aanduidde welke dood hij sterven zou.
33 Nu ging Pilatus het pretorium weer in. Hij liet Jezus bij zich komen en vroeg hem: ‘Bent u de koning van de Joden?’ 34 Jezus antwoordde: ‘Vraagt u dit uit uzelf of hebben anderen dit over mij gezegd?’ 35 ‘Ik ben toch geen Jood,’ antwoordde Pilatus. ‘Uw volk en uw hogepriesters hebben u aan mij uitgeleverd – wat hebt u gedaan?’ 36 Jezus antwoordde: ‘Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. Als mijn koningschap bij deze wereld hoorde, zouden mijn dienaren wel gevochten hebben om te voorkomen dat ik aan de Joden werd uitgeleverd. Maar mijn koninkrijk is niet van hier.’ 37 Pilatus zei: ‘U bent dus koning?’ ‘U zegt dat ik koning ben,’ zei Jezus. ‘Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat ik zeg.’ 38 Hierop zei Pilatus: ‘Maar wat is waarheid?’
Na deze woorden ging hij weer naar de Joden buiten. ‘Ik heb geen schuld in hem gevonden,’ zei hij. 39 ‘Maar het is bij u gebruikelijk dat ik met Pesach iemand vrijlaat – wilt u dat ik de koning van de Joden vrijlaat?’ 40 Toen begon iedereen te schreeuwen: ‘Hem niet, maar Barabbas!’ Barabbas was een misdadiger.
- Lied door SIGN: Eli, Eli
- Overdenking
- Muzikaal moment
- Gebed
- Gedicht: O Lam van God - Wim Plomp
- Samenzang: Opwekking 268
Hij kwam bij ons, heel gewoon, de Zoon van God als mensenzoon.
Hij diende ons als een knecht en heeft zijn leven afgelegd.
Refrein:
Zie onze God, de Koning-knecht, Hij heeft zijn leven afgelegd.
Zijn voorbeeld roept om te dienen iedere dag,
gedragen door zijn liefd’ en kracht.
En in de tuin van de pijn verkoos Hij als een Lam te zijn,
verscheurd door angst en verdriet maar toch zei Hij: Uw wil geschied’. Refrein
Zie je de wonden zo diep.De hand die aard en hemel schiep,
vergaf de hand die Hem sloeg. De man, die onze zonden droeg.
Refrein
Wij willen worden als Hij. Elkanders lasten dragen wij.
Wie is er need’rig en klein? Die zal bij ons de grootste zijn.
Refrein
- Doven van de derde kaars
- We verlaten in stilte de kerkzaal -
DONDERDAG 5 april
het Lam van God – overgedragen
- Begroeting
- Aanvangstekst: Jesaja 53:7
Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open.
- Samenzang: Lb Gezang 182: 1, 2 en 5
Jezus, leven van ons leven, Jezus, dood van onze dood,
Gij hebt U voor ons gegeven, Gij neemt op U angst en nood,
Gij moet sterven aan uw lijden om ons leven te bevrijden.
Duizend, duizendmaal, o Heer, zij U daarvoor dank en eer.
Gij die alles hebt gedragen al de haat en al de hoon,
die beschimpt wordt en geslagen, Gij rechtvaardig, Gij Gods Zoon,
als de minste mens gebonden, aangeklaagd om onze zonde.
Duizend, duizendmaal, o Heer, zij U daarvoor dank en eer.
Koning tot een spot getekend met een riet en doornenkroon,
bij de moordenaars gerekend overstelpt met smaad en hoon,
opdat naar uw welbehagen wij de kroon der ere dragen.
Duizend, duizendmaal, o Heer, zij U daarvoor dank en eer.
- Bijbellezing: Johannes 19:1-16a
1 Toen liet Pilatus Jezus geselen. 2 De soldaten vlochten een kroon van doorntakken, zetten die op zijn hoofd en deden hem een purperen mantel aan. 3 Ze liepen naar hem toe en zeiden: ‘Leve de koning van de Joden!’, en ze sloegen hem in het gezicht. 4 Pilatus liep weer naar buiten en zei: ‘Ik zal hem hier buiten aan u tonen om u duidelijk te maken dat ik geen enkel bewijs van zijn schuld heb gevonden.’ 5 Daarop kwam Jezus naar buiten, met de doornenkroon op en de purperen mantel aan. ‘Hier is hij, de mens,’ zei Pilatus. 6 Maar toen de hogepriesters en de gerechtsdienaars hem zagen begonnen ze te schreeuwen: ‘Kruisig hem, kruisig hem!’ Toen zei Pilatus: ‘Neem hem dan maar mee en kruisig hem zelf, want ik zie niet waaraan hij schuldig is.’ 7 De Joden zeiden: ‘Wij hebben een wet die zegt dat hij moet sterven, omdat hij zich de Zoon van God heeft genoemd.’ 8 Toen Pilatus dat hoorde werd hij erg bang. 9 Hij ging het pretorium weer in en vroeg aan Jezus: ‘Waar komt u vandaan?’ Maar Jezus gaf geen antwoord. 10 ‘Waarom zegt u niets tegen mij?’ vroeg Pilatus. ‘Weet u dan niet dat ik de macht heb om u vrij te laten of u te kruisigen?’ 11 Jezus antwoordde: ‘De enige macht die u over mij hebt, is u van boven gegeven. Daarom draagt degene die mij aan u uitgeleverd heeft de meeste schuld.’ 12 Vanaf dat moment wilde Pilatus hem vrijlaten. Maar de Joden riepen: ‘Als u die man vrijlaat bent u geen vriend van de keizer, want iedereen die zichzelf tot koning uitroept pleegt verzet tegen de keizer.’ 13 Pilatus hoorde dat, liet Jezus naar buiten brengen en nam plaats op de rechterstoel op het zogeheten Mozaïekterras, in het Hebreeuws Gabbata. 14 Het was rond het middaguur op de voorbereidingsdag van Pesach. Pilatus zei tegen de Joden: ‘Hier is hij, uw koning.’ 15 Meteen schreeuwden ze: ‘Weg met hem, weg met hem, aan het kruis met hem!’ Pilatus vroeg: ‘Moet ik uw koning kruisigen?’ Maar de hogepriesters antwoordden: ‘Wij hebben geen andere koning dan de keizer!’ 16 Toen droeg Pilatus hem aan hen over om hem te laten kruisigen.
- Samenzang: Lb Gezang 183: 4 en 5
Houdt Gij mij in uw hoede, Gij die uw schapen telt,
o bron van al het goede, waaruit mijn leven welt.
Gij die mijn ziel wilt laven met liefelijke spijs,
Gij overstelpt met gaven tot in het paradijs.
Ik dank U o mijn vrede, mijn God die met mij gaat,
voor wat Gij hebt geleden aan bitterheid en smaad.
Geef dat ik trouw mag wezen, want Gij zijt trouw en goed.
Ik volg U zonder vrezen wanneer ik sterven moet.
- Overdenking
- Muzikaal moment
- Gebed
- Gedicht: Lam Gods dat alle zonden - ds. A.F. Troost
- Samenzang: ZG Lied 146: 1-6 (op melodie Lb Gezang 192)
(allen)
O lam dat lijdt en duldt en draagt
de straf die ons de vrede brengt,
tot bloedens toe gestriemd, geplaagd -
geen rechter die U vrijspraak schenkt.
(mannen)
De hele wereld klaagt U aan,
Gij zwijgt, Gij spreekt geen wederwoord,
geboeid komt Gij naast mensen staan
die schuldig zijn aan broedermoord.
(vrouwen)
‘Verdwijnen moet die zachte stem,
laat vrij de man die bloed vergiet,
maar kruisig, kruisig, kruisig Hem!
wij gunnen Hem de vrijheid niet!’
(mannen)
O Zoon des Vaders, Bar-Abbas,
o lam volkomen gaaf en goed,
o arts die onze wond genas,
vergiet Gij nu uw eigen bloed?
(vrouwen)
Gij die geen kwaad met kwaad vergeldt,
Gij strijdt met recht een goede strijd;
geen domme klacht, geen bruut geweld,
uw Geest alleen, die wint het pleit!
(allen)
O Heer, wij kiezen niet voor U,
maar Gij, die ons de vrede brengt,
Gij kiest voor ons, kiest hier en nu,
o rechter die ons vrijspraak schenkt!
- Doven van de vierde kaars
- We verlaten in stilte de kerkzaal -
ZATERDAG 7 april
het Lam van God – begraven
- Begroeting
- Aanvangstekst: Jesaja 53:9
Hij kreeg een graf bij misdadigers, zijn laatste rustplaats was bij de rijken; toch had hij nooit enig onrecht begaan, nooit bedrieglijke taal gesproken.
- Samenzang: GK Gezang 171: 1-3 = Opwekking 464
Wees stil voor het aangezicht van God, want heilig is de Heer.
Aanbid Hem met eerbied en ontzag, en kniel nu voor Hem neer,
die zelf geen zonden kent en ons genade schenkt.
Wees stil voor het aangezicht van God, want heilig is de Heer.
Wees stil, want de heerlijkheid van God omgeeft ons in dit uur.
Wij staan nu op heilige grond, waar Hij verschijnt met vuur.
Een eeuwigdurend licht straalt van zijn aangezicht.
Wees stil, want de heerlijkheid van God omgeeft ons in dit uur.
Wees stil, want de kracht van onze God daalt neer op dit moment.
De kracht van de God die vergeeft en ons genezing brengt.
Niets is onmogelijk voor wie gelooft in Hem.
Wees stil, want de kracht van onze God daalt neer op dit moment.
- Bijbellezing: Johannes 19: 31-42
31 Het was voorbereidingsdag, en de Joden wilden voorkomen dat de lichamen op sabbat, en nog wel een bijzondere sabbat, aan het kruis zouden blijven hangen. Daarom vroegen ze Pilatus of de benen van de gekruisigden gebroken mochten worden en of ze de lichamen mochten meenemen. 32 Toen braken de soldaten de benen van de eerste die tegelijk met Jezus gekruisigd was, en ook die van de ander. 33 Vervolgens kwamen ze bij Jezus, maar ze zagen dat hij al gestorven was. Daarom braken ze zijn benen niet. 34 Maar een van de soldaten stak een lans in zijn zij en meteen vloeide er bloed en water uit. 35 Hiervan getuigt iemand die het zelf heeft gezien, en zijn getuigenis is betrouwbaar. Hij weet dat hij de waarheid spreekt en wil dat ook u gelooft. 36 Zo ging de Schrift in vervulling: ‘Geen van zijn beenderen zal verbrijzeld worden.’ 37 Een andere schrifttekst zegt: ‘Zij zullen hun blik richten op hem die ze hebben doorstoken.’
38 Na deze gebeurtenissen vroeg Josef uit Arimatea – die uit vrees voor de Joden in het geheim een leerling van Jezus was – aan Pilatus of hij het lichaam van Jezus mocht meenemen. Pilatus gaf toestemming en Josef nam het lichaam mee. 39 Nikodemus, die destijds ’s nachts naar Jezus toe gegaan was, kwam ook; hij had een mengsel van mirre en aloë bij zich, wel honderd litra. 40 Ze wikkelden Jezus’ lichaam met de balsem in linnen, zoals gebruikelijk is bij een Joodse begrafenis. 41 Dicht bij de plaats waar Jezus gekruisigd was lag een olijfgaard, en daar was een nieuw graf, waarin nog nooit iemand begraven was. 42 Omdat het voor de Joden voorbereidingsdag was en dat graf dichtbij was, legden ze Jezus daarin.
- Samenzang: GK Gezang 90
Ontsluit o Heer, voor U ons hart,
Houdt ons aan U verbonden.
Gij schenkt ons vreugde door uw smart,
Gij heelt ons door uw wonden.
Wat wond’ren van barmhartigheid
Hebt Gij voor ons ten toon gespreid
En aan het kruis bewezen
Uw liefd’ en trouw die ‘t al volbracht
Hier nooit genoeg door ons herdacht
Zij eeuwig’lijk geprezen
Gij sterft en laat die troost ons na,
De zonden zijn vergeven
Gij hebt voldaan op Golgota,
Dit geeft ons kracht ten leven
Uw zoendood lenigt onze smart
Verkwikt, vertroost, versterkt ons hart
Niets heeft zo grote waarde
Mij sta uw liefde bij in nood
En zij uw trouw tot in de dood
Mijn vaste troost op aarde.
- Overdenking
- Muzikaal moment
- Gebed
- Gedicht: … en begraven is - Mies Vreugdenhil
- Samenzang: Opwekking 630
Op elk moment van mijn leven in voor- of tegenspoed
aanbid ik U, mijn Jezus en dank U voor uw bloed.
Ik vind kracht in U, mijn Vader, als ik heel dicht bij U ben.
Mijn hart en mijn gedachten worden warm als ik bedenk:
Refrein:
Vader, U bent goed, U bent heilig, U bent liefde.
Jezus, U bent groot, U bent sterker dan de dood.
Vader, deze dag geef ik mijzelf aan U
en ik zing met heel mijn hart:
‘Ik hou van U’.
Op elk moment van mijn leven, bij dag en bij nacht
wil ik uw woorden lezen en dragen in mijn hart.
In de stormen van mijn leven, in de regen, in de kou,
wil ik schuilen in uw vrede, wil ik rusten in uw trouw.
Refrein
Vader, deze dag geef ik mijzelf aan U
En ik zing met heel mijn hart:
‘Ik hou van U’.
- We verlaten in stilte de kerkzaal -


Recente opmerkingen